Noodkreet

11 juni 2026
Behind the mission

Ergens april 2000 ging ik bijna kopje onder in een zee van initiatieven en voorstellen om van alles en nog wat in te richten ten voordele van de mishandelde windhonden die door mijn “optredens en getuigenissen ” in diverse programma’s veel ongeloof en afgrijzen opgewekt hadden bij héél veel mensen en organisaties die tot dan niks afwisten van wat in Spanje gebeurde. Hoe dan ook met Battenbroek in gedachten was ik heel voorzichtig maar kon niet onder de goede intenties uit zonder mensen te krenken. Zodus werd in Antwerpen onder toezicht van mijn  allereerste medewerkster, mevr. Pelgrims, het allereerste  Greyhound Survival Bal mét orkest ingericht!! Een vruchtbaar en zeer succesvol bal waarop ik Diana V., een belangrijke medewerkster van Virgin Express, leerde kennen die me vroeg of ze iets kon betekenen voor mij en mij zonder het antwoord af te wachten een ongelooflijk  voorstel deed dat inhield dat ik zoveel ik nodig achtte gratis naar Madrid mocht vliegen met  5 benchen en terugkeren met 5 windhonden!! Al dan niet met een begeleider naar keuze om me te helpen. Het enige wat ik moest doen waren de “officiële documenten” van de organisatie  voorleggen aan het bestuur dat mij asap in Brussel verwachtte!!! Na een vergadering met het bestuur en de verantwoordelijke voor de bagageruimte van alle vluchten die ik altijd mocht bellen en altijd plaats zou voorzien kreeg ik hun Fiat en zou jaren van dit ongelooflijke geschenk uit de hemel mogen gebruik maken. Toen Virgin ermee stopte en vervangen werd door de groep  Lufthansa en/of Brussels Airlines werd mijn “contract” tenietgedaan met de boodschap dat ze niet aan liefdadigheid deden. Tot zover. 

Hoe dan moest ik met een camionette vol geredde galgo's nog altijd blijven rijden. Na diverse telefoons dat er verschillende mensen op mij rekenden om nog maar te zwijgen van honden vertrok ik voor de laatste keer met de donateur van de camionette naar Spanje. Omdat hij ondertussen een vriendin had was het voor hem de laatste reis en namen we daarna afscheid. We reden eerst naar Madrid waar een medewerkster van een lokale groep  mij opwachtte om samen met haar het grootste zigeunerkamp van Europa te bezoeken. Als “blanke” had ze uitzonderlijk toegang omdat ze regelmatig met eten voor de honden ging. De gemeenschap vertrouwde haar had ze me verzekerd ik moest dus niet ongerust of bang zijn. Haar vriendin, ik dus, mocht van de “Chef of zigeunerkoning” uitzonderlijk mee op bezoek omdat ik als geschenk een paar honderd kilo hondeneten zou doneren. Gerust was ik er niet in maar de dame wou me absoluut laten  zien  wat er in dat ontoegankelijk oord met de honden gebeurde. Na een lange penibele reis en heel slecht weer kwamen we aan in Madrid waar we tot ongenoegen van mijn ongeduldige en vermoeide chauffeur véél te lang moesten zoeken naar de plaats van afspraak. Geen sinecuur met het drukke verkeer. Gelukkig  vonden we de dame tamelijk vlug in de chaos van straten en pleinen en het feit dat ze ons ook onderdak wou verlenen maakte veel goed bij mijn chauffeur. De wetenschap dat ze behalve het bezoek aan de zigeuners ook nog ongevraagd andere afspraken voor mij voorzien had was dan weer iets minder voor zijn goed humeur.

De dag nadien vertrokken we in alle vroegte in haar piepklein autootje en de camionette met het beloofde eten in ons kielzog richting autoweg. Na een paar km namen we net voor de hoofdstad een afrit en direct daarna rechts een dalende slingerende grintweg vol kuilen en bulten die eindeloos lang leek. Niet goed voor de camionette die ons volgde en niet goed voor de chauffeur zijn gemoedsrust dacht ik ongerust. Na bijna een kwartier behoedzaam op en neer en heen en weer versperde een gigantisch ijzeren hek de doorgang naar wat leek een flink uit de kluit gewassen dorp waarvan je het einde niet zag. Het lag er, voor zover ik kon zien vol bergen autowrakken met daartussen talloze barakken. Hier en daar stond een paard of paarden op een met prikdraad afgezet dor stukje grond, meerdere graatmagere paarden stonden in oude trailers zonder wielen. Daar tussenin stonden, meerdere autowrakken, in de meeste daarvan zaten al even magere galgo’s. Toen de “poort” aan een van de uitlopers van “Canada Real “, de grootste zigeuner”stad” van Europa, geopend werd en we binnen reden werd ons autootje en de camionette direct omstuwd door een groep mannen en arrogant joelende kinderen. De vrouwen in lange rokken waarvan de meesten behangen met juwelen en een mond vol gouden tanden waren duidelijk fier op  hun origine hielden zich afzijdig en negeerden ons. Voor ieder “huis “was een soort gesloten bak in hout of baksteen met bovenaan een opklapdeksel. Amper groot genoeg om een galgo en haar pups vol vlooien en teken in te huisvesten zou even later blijken. Nadat ik kennis gemaakt had met de chef en mijn respect en dank had betuigd mochten we rondlopen. Mijn chauffeur die er niet gerust in was bleef liever bij de camionette en laadde ondertussen de zakken hondenvoeding uit. 

Terwijl ik contact probeerde aanknopen met de dames die me onverschillig  hun arme uitgemergelde galgo teefjes lieten zien die samen met hun pups  in de stinkende donkere gevangenissen vol ongedierte zaten probeerde ik via mijn gezelschapsdame te toetsen of ik een paar teefjes en hun nageslacht kon kopen. Ze mochten het bedrag zeggen. Tevergeefs gevraagd en aangedrongen want het was onmogelijk om met de dames te communiceren, ze waren ontoegankelijk  en schudden met een neerbuigende mysterieuze  Mona Lisa glimlach  van neen. Blijven aandringen hielp niet want ze waren zich heel goed bewust van hun superioriteit. Hier waren zij baas en daar moest ik respect voor opbrengen of ik nu met honderd of duizend kg eten kwam ze keken hoe dan ook minachtend op mij neer. Voor we vertrokken kerfde mijn “vriendin“ tot mijn verbazing in alle zakken voeding een scheur “om te voorkomen dat ze het eten zouden doorverkopen" verduidelijkte ze, het ontlokte mij alleen een trieste glimlach. Scheur of niet ik wist wel beter, een ding was zeker de arme galgos zouden er geen korrel van het eten in hun lege magen krijgen. Na het afscheid sprong er net voor ons vertrek een jong koppel corpulente zigeuners in het kleine autootje die eisten dat we hen naar Madrid brachten! We durfden niet te weigeren en brachten hen waar ze heen wilden. Terwijl we doorreden naar mijn volgende afspraken met voorzitters van lokale organisaties en refuges kon ik nauwelijks mijn tranen bedwingen. 

‘s Anderendaags vertrokken we richting Medina met twee pups die ik overgehouden had aan de meeting met de voorzitters. In Medina hadden ze me op de hoogte gebracht dat er in een pension 50 km bij Medina vandaan 30 ex-race Grey’s van de renbaan achtergelaten waren wiens toekomst precair was omdat de eigenaars ze niet langer wilden onderhouden. In totaal zaten er 70 honden was me verteld en ik kon er maar 38 aan boord nemen dacht ik ongerust. Na een lange rit kwamen we pas in de late namiddag aan in Medina. In de refuge was geen verantwoordelijke te bespeuren dus was het wachten en nog eens wachten tot in de vooravond waar ik te horen kreeg dat we ‘s anderendaags pas om drie uur binnen mochten in het bewuste pension waar ik tot mijn wanhoop de honden moest “kiezen”, zeg maar selecteren wie wel en wie niet mee mocht. Omdat we niet wisten waar refuge Lagune of zoiets gevestigd was zou er iemand van Medina mee rijden. Na een nacht op hotel waar je geen ontbijt of iets te drinken kon krijgen vertrokken we met onze gids en een lege maag naar de refuge die ongeveer 50 km verder was. Toen we er aankwamen was het ijzig koud en begon het lichtjes te sneeuwen. Nadat ze ons na lang bellen en aankloppen eindelijk binnenlieten liepen we over het middenplein naar de kennels van de ex-racers die bijna allemaal zwarte waren en allemaal een mantel aan hadden. Toen ik de stugge verantwoordelijke vroeg om de kennels open te maken en onder één van de arme dieren zijn jas keek zat er een skelet onder!!! De arme dieren waren allemaal uitgemergeld en hadden gedurende lange tijd weinig of geen voedsel gekregen!! Arme, arme sukkels, het was verschrikkelijk en vooral wraakroepend. Ongelooflijk dat de honden nog op hun poten stonden. Ik was in alle staten en woedend op de verantwoordelijke die weinig onder de indruk was en onverschillig zijn schouders optrok. Het was uiteindelijk 4 uur in de namiddag toen we de honden konden laden. Ondertussen pakten zich boven ons hoofd  donkere onweerswolken samen en slingerde een hevige windhoos alles in het rond wat hij te pakken kreeg. Passen, boekjes, papieren, alles ging de lucht in. 

Terwijl de sukkels aan boord geholpen werden gingen ook nog eens alle hemelsluizen open die regen, sneeuw, hagel enz. over ons heen spuwden. We kregen alles over ons hoofd en zowel mijn chauffeur als onze gids van Medina en ikzelf waren nat tot op ons ondergoed. Onder dergelijke omstandigheden bange gestresseerde dieren laden was geen sinecure het was dan ook 20 uur voor we druipnat in de camionette stapten en richting België vertrokken voor een rit van 24 uur, en dat nadat we al 14 uur op de been waren. Door de dampen in de cabine zagen we geen steek en waren verplicht te stoppen in het eerste servicestation dat we tegenkwamen waar we in het toilet bibberend van de koude onze natte kleren probeerden uit te trekken om te vervangen door droge, moet u zeker eens proberen in zo’n kleine ruimte. Ik mag er nog steeds niet aan terugdenken of ik herbeleef het. Ondanks alle miserie hadden we eens terug in de cabine de slappe lach van ellende. De rest van de reis moest ik het trouwens zonder schoenen doen want ik had het lumineuze idee gehad om ze op het dashboard te drogen met als gevolg dat ze gekrompen waren. De ganse verdere weg bleef het water gieten, ik wist niet waar het vandaan bleef komen. In Baskenland lag een vrachtwagen op de gevaarlijke heuvelachtige “afzink” vol tunnels en bochten naar Frankrijk, gekanteld over de baan, door ondanks het verbod een andere vrachtwagen in te halen. Tot onze ergernis en frustratie stonden we uren vast. Als we na eindeloos wachten konden vertrekken kregen we dubbele controle aan de grens met Frankrijk maar mochten met felicitaties van de gendarmes gelukkig verder. 

Hoe dan ook mijn chauffeur kreeg een malaise. Hij begon te knikkebollen en zijn ogen vielen dicht van vermoeidheid. Toen ik aandrong om te rusten ging hij door het lint en kreeg ik alle mogelijke verwijten naar mijn hoofd geslingerd. Het rijden in de stromende regen, het oponthoud en het gebrek aan rust eiste zijn tol bij iedereen. Gelukkig het minst bij de geduldige honden die ondanks alle heisa en tegenslagen rustig bleven en  opgelucht leken dat ze veilig waren. Niettegenstaande het feit dat mijn chauffeur doodop was moest ik al mijn overredingskracht aanwenden om hem tegen zijn zin te doen stoppen, iets dat pas na lang aandringen lukte. Na een klein uur rust  op de parking van een of andere aire tegen Bordeaux en een stevig ontbijt bestaande uit 2 bekertjes koffie uit de automaat en 2 sponsachtige croissants stak hij zijn hoofd onder een kraan en was klaar om de laatste 750 km naar België en zijn nieuwe vriendin aan te vangen. Wat mij betrof ik was ook doodop en kon alleen maar denken aan wat mij te wachten stond na de aankomst. Gelukkig was er de zekerheid dat de overige honden zouden opgenomen worden in Medina. Zodoende moest ik zo snel als mogelijk terug om de overige honden te op te halen. Maar eerst moest ik adoptanten en een chauffeur vinden. Een delicate zaak en niet evident want ik had in de verste verte geen idee wie in aanmerking  kwam voor chauffeur of voor adoptie.

Mireille